Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BF0909

Datum uitspraak2008-09-16
Datum gepubliceerd2008-09-17
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureHoger beroep kort geding
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers200.009.498/01
Statusgepubliceerd


Indicatie

De derde grief keert zich tegen de overweging van de voorzieningenrechter dat de zaak zich niet voor behandeling in kort geding leent omdat de vordering betrekking heeft op een huurkoopovereenkomst, welke dient te worden beoordeeld in het licht van de Tijdelijke Wet Huurkoop Onroerende Zaken. De grief slaagt omdat niet valt in te zien dat, zoals de voorzieningenrechter doorslaggevend heeft geacht, de bijzondere rechten die de huurkoper op grond van deze wet toekomen en de beperkte feiten die door partijen zijn gesteld, een obstakel zouden vormen voor toewijzing van enig onderdeel van de vordering.


Uitspraak

Arrest d.d. 16 september 2008 Zaaknummer 200.009.498/01 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: 1. [appellant 1], wonende te [woonplaats appellant 1], 2. [appellant 2], wonende te [woonplaats appellant 2], appellanten, in eerste aanleg: eiseressen, hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten], advocaat: mr. P.R. van den Elst, voor wie gepleit heeft mr. E.D. de Jong, advocaat te Roden, tegen 1. [geïntimeerde 1], wonende te [woonplaats geïntimeerde 1], 2. [geïntimeerde 2], wonende te [woonplaats geïntimeerde 2], geïntimeerden, in eerste aanleg: gedaagden, hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden], advocaat: mr. J.F. Rouwé-Danes, voor wie gepleit heeft mr. M. Arends, advocaat te Assen. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 11 juni 2008 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen (hierna: de voorzieningenrechter). Het geding in hoger beroep Bij exploot van 2 juli 2008 is door [appellanten] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerden] tegen de zitting van 23 juli 2008. De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt: ''om bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad het gewraakte vonnis van 11 juni 2008, gewezen door de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Assen, te vernietigen opnieuw rechtdoende onder aanvulling van gronden en/of feiten, de vorderingen zijdens appellanten alsnog toe te wijzen inhoudende: I. geïntimeerde te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis de onroerende zaak (vakantiehuisje) staande en gelegen te [adres], kadastraal bekend Norg D 1823, groot 12 are en 85 centiare, met al degene die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevindt respectievelijk bevinden, volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met overgifte der sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van appelanten te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden, zulks met machtiging aan appelanten bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze verlating en ontruiming en dit vervolgens verlaten en ontruimd houden zelf te bewerken met behulp van de sterke arm van politie en justitie en op kosten van geïntimeerden, zulks met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van deze procedure, zowel in eerste aanleg als in appèl; II. geïntimeerde hoofdelijk te veroordelen, des de één betalend de ander zal zijn gekweten, tot betaling aan appelanten van het bedrag ad € 9.424,86, zoals dat op 21 april 2008 verschuldigd was en bestaat uit achterstallige huurpenningen en de overige kosten als in de inleidende dagvaarding verwoord, althans een zodanig door Uw Hof in goede justitie te bepalen ander bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover te berekenen vanaf de datum der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; III. geïntimeerden hoofdelijk, des de één betalend de ander zal zijn gekweten, te veroordelen om aan de lopende huurverplichtingen te voldoen, inhoudende dat geïntimeerden met ingang van 1 mei 2008 maandelijks bij vooruitbetaling het bedrag ad € 750,- inclusief BTW ten titel van huurpenningen aan appelanten dienen te voldoen alsmede geïntimeerden te veroordelen om aan de overige in deze dagvaarding genoemde betalingsverplichtingen te voldoen; IV. geïntimeerden hoofdelijk, des de één betalend de ander zal zijn gekweten, te veroordelen in de kosten van deze procedure, zowel in eerste aanleg als in appèl Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerden] verweer gevoerd met als conclusie: ''in hoger het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen d.d. 11 juni 2008, zonodig onder verbetering en aanvulling van de gronden, te bekrachtigen, met veroordeling van appellanten in de kosten van hoger beroep, een en ander in aanvulling op de proceskostenveroordeling zoals deze reeds in prima is uitgesproken.'' Vervolgens hebben partijen hun zaak doen bepleiten door hun advocaat onder overlegging van pleitnota's. Ten slotte hebben zij de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. De grieven [appellanten] hebben vier grieven opgeworpen. De beoordeling Eisvermeerdering 1. [geïntimeerden] hebben geen bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis, terwijl ook niet is gebleken dat deze in strijd is met de regels van goede procesorde. Derhalve zal in hoger beroep worden uitgegaan van de vermeerderde eis. De feiten 2. Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.5) van het beroepen vonnis is geen grief ontwikkeld. Omdat die feiten evenmin anderszins ter discussie staan, zal ook in hoger beroep van die feiten worden uitgegaan. Het geschil 3. [appellanten] zijn eigenaar van een door [geïntimeerden] bewoonde recreatiewoning, staande en gelegen te [adres], kadastraal bekend [adres]. Partijen zijn op 15 augustus 2006 in een als Huur-Koopovereenkomst aangeduide onderhandse akte overeengekomen dat [geïntimeerden] aan 'huurpenningen' € 750,= per maand aan [appellanten] verschuldigd zijn. Voorts is in de overeenkomst bepaald dat [geïntimeerden] bij een koopprijs van € 39.000,= 6.5% rente verschuldigd zijn over 'het openstaande bedrag' en dat vanaf 31 augustus 2006 voor hun rekening komen, 'alle belastingen die door de overheidsinstanties in rekening worden gebracht'. 4. [appellanten] hebben in kort geding ontruiming van de woning gevorderd, alsmede betaling van openstaande vorderingen. De voorzieningenrechter heeft die vorderingen afgewezen. In dit hoger beroep is de eis in die zin vermeerderd, dat ook betaling van de lopende betalingsverplichtingen wordt gevorderd. De grieven I en II 5. De eerste twee grieven komen op tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de gestelde betalingsachterstand niet aannemelijk is geworden. Het hof oordeelt als volgt. 6. In dit hoger beroep staat als onbestreden vast dat [geïntimeerden] ten minste gehouden waren om gedurende het kalenderjaar 2007 in totaal € 9.000,= aan huurpenningen te voldoen, en dat zij zich hebben beperkt tot betalingen van in totaal € 8.500,=. Over de periode januari tot en met augustus 2008 staat onbestreden een huurbetalingsverplichting vast van € 6.000,= (8 x 750), waarvan slechts € 1.500,= is betaald (2 x 750 over juni en juli). De betalingsachterstand ter zake van de huur over deze twee jaar beloopt dus inmiddels € 5.000,= (500 + 4.500). Reeds om die reden is onbegrijpelijk het verweer van [geïntimeerden] dat zij te veel hebben betaald. Voorts hebben [geïntimeerden] niet, althans niet gemotiveerd bestreden dat zij gehouden zijn tot betaling aan [appellanten] hetgeen met betrekking tot de woning verschuldigd is aan rioolrechten, afvalheffing en toeristenbelasting. Onbestreden staat vast dat de betalingsachterstand wat dat aangaat € 1.137,70 beloopt (187,15 + 197,65 + 245,95 + 245,95 + 126 + 135). 7. In zoverre slagen de grieven. 8. Omdat [geïntimeerden] de berekeningsgrondslag van de eveneens gevorderde rente wel gemotiveerd hebben bestreden, kan voorshands niet worden uitgegaan van de verschuldigdheid van hetgeen [appellanten] daaromtrent vorderen (€ 1.838,61 respectievelijk € 2.068,20). Van de verschuldigdheid van erfpachtcanon waarvan eveneens betaling is gevorderd (€ 1.134,45 respectievelijk € 1.185,45), kan gelet op het daaromtrent gevoerde verweer evenmin worden uitgegaan. 9. In zoverre falen de grieven. Grief III 10. De derde grief keert zich tegen de overweging van de voorzieningenrechter dat de zaak zich niet voor behandeling in kort geding leent omdat de vordering betrekking heeft op een huurkoopovereenkomst, welke dient te worden beoordeeld in het licht van de Tijdelijke Wet Huurkoop Onroerende Zaken. De grief slaagt omdat niet valt in te zien dat, zoals de voorzieningenrechter doorslaggevend heeft geacht, de bijzondere rechten die de huurkoper op grond van deze wet toekomen en de beperkte feiten die door partijen zijn gesteld, een obstakel zouden vormen voor toewijzing van enig onderdeel van de vordering. Grief IV 11. De laatste grief, die tegen het dictum is gericht, heeft naast de hiervoor besproken grieven geen betekenis, en kan om die reden verder onbesproken blijven. Slotsom 12. Het voorgaande betekent dat over 2007 en 2008 voorshands van een betalingsachterstand van in totaal € 6.137,70 dient te worden uitgegaan (5.000 + 1.137,70). Het verzuim dat daardoor is ingetreden, rechtvaardigt zonder meer de gevorderde ontruiming. Nu het spoedeisende karakter van de geldvordering niet ter discussie staat, zal het onbetwiste deel daarvan worden toegewezen (het hiervoor genoemde saldo). Voor het overige wordt de geldvordering afgewezen. De vorderingen van [appellanten] die betrekking hebben op de periode na 1 september 2008 zullen gelet op de te bevelen ontruiming wegens gebrek aan spoedeisend belang worden afgewezen. [geïntimeerden] zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen in beide instanties in de proceskosten worden verwezen (in hoger beroep tarief II, 3 punten). De beslissing Het gerechtshof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en opnieuw rechtdoende: veroordeelt [geïntimeerden] om binnen twee dagen na betekening van dit arrest de woning met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevindt respectievelijk bevinden, volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van [appellanten] te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden; machtigt [appellanten] om bij gebreke van volledige voldoening hieraan, deze verlating en ontruiming en dit vervolgens verlaten en ontruimd houden zelf te bewerken met behulp van de sterke arm van politie en justitie en op kosten van [geïntimeerden]; veroordeelt [geïntimeerden] hoofdelijk tot betaling aan [appellanten] van € 6.137,70, vermeerderd met wettelijke rente daarover vanaf 21 april 2008; veroordeelt [geïntimeerden] in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [appellanten]: in eerste aanleg op € 398,44 aan verschotten en € 904,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat, in hoger beroep op € 491,48 aan verschotten en € 2.682,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat; verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Aldus gewezen door mrs. Mollema, voorzitter, Zandbergen en Peper, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 16 september 2008 in bijzijn van de griffier.